Henk Lunstroo · Skoit 33 · HISWA 1980
Dat de Skoit in Stroobos is gebouwd, vlak bij het dorp waar ik opgroeide, was de eerste ontdekking die me bevestigde in het idee dat dit wel mijn schip moest zijn. Dat Henk Lunstroo ook nog eens meegewerkt had aan het schip van het koningshuis, maakte het helemaal af. En eerlijk gezegd is het eraan te zien: ondanks haar eenvoudige voorkomen heeft de Skoit enige allure.
Toen ik verder in het archief dook, ontdekte ik dat de Skoit ontworpen was voor de HISWA, de grote watersportbeurs waar ontwerpers en bouwers hun nieuwste werk tonen. Lunstroo wilde voor de HISWA van 1980 iets bijzonders maken, zo vertelde hij later in een van de vele interviews. Zijn vertrekpunt was een vraag: wat zou het ideale schip zijn voor de Nederlandse zeiler?
Het antwoord werd een schip dat nogal wat moest kunnen: ruimte bieden aan een gezin, een tuig dat goed te hanteren is, een ophaalbare kiel om op het wad droog te vallen, masten die laag genoeg zijn voor de bruggen en bovendien te strijken en het schip moest zeewaardig zijn en geschikt voor tochten naar Denemarken of Engeland.
Grappig genoeg waren dat precies de wensen die ik koesterde als ik droomde over een eigen schip. Tot en met Denemarken aan toe. Alleen dat gezin zat er toen nog niet in. Tegenwoordig komt ook dat mooi uit.
Het schip dat ik ruim veertig jaar later vond, bleek ook nog eens de allereerste van de reeks te zijn. Bouwnummer 1. Lunstroo tekende het, Van der Weide in Stroobos bouwde het casco en Jaap Tromp in Sneek timmerde het af.
Bedankt, mannen!

Bronnen: Algemeen Plan H. Lunstroo (1981); "Skoit, een gedachte", interview Eduard Rijnja (1981); Zeilen, oktober 2016; keuringsrapporten en eigendomsdossier.
Tekenen deed hij al als kind, vooral bootjes. Als jonge tekenaar kwam hij terecht bij scheepswerf De Vries Lentsch jr., waar in diezelfde jaren de Groene Draeck werd gebouwd, het jacht voor prinses Beatrix. Overdag maakte hij scheepsbestekken, 's avonds studeerde hij scheepsbouw en daarna nog eens twee jaar interieurarchitectuur. In 1961 begon hij voor zichzelf, aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam, tussen de oude pakhuizen van de VOC. In de halve eeuw daarna tekende hij zo'n driehonderdvijftig ontwerpen; er kwamen vijfhonderd tot zeshonderd schepen van in de vaart.

Hij had een scherp oog voor samenhang tussen buitenkant en interieur. Het schip moest in haar totaliteit, volgens Lunstroo, een eenheid zijn, zonder discrepantie tussen binnen en buiten. Die ontwerpfilosofie zorgde weleens voor spanning op de werf. Sommigen omschreven de man als iemand die zeker niet de makkelijkste was. Lunstroo was geen man van het compromis. De tekening dicteerde.
Aan klanten had Lunstroo geen gebrek. Het liefst bouwde hij "gentlemen yachts", zoals voor de Duitse baron Wilhelm von Finck, voor wie hij drie schitterende schoeners ontwierp, tot wel veertig meter aan toe. Maar zijn grote liefde lag bij de platbodems: Lemsteraken, bollen en jollen. Ook de Skoit komt van zijn tekentafel; op de tekeningen in het archief van de Jonathan staan nog altijd zijn initialen, H.L.


Henk Lunstroo leefde van 1936 tot 2011. Hij was medeoprichter van de Nederlandse Bond van Jachtarchitecten, maar zijn liefde voor de platbodems kreeg ook een stillere vorm. Een van zijn eerste opdrachten was het tekenwerk voor het standaardwerk Ronde- en Platbodemjachten van T. Huitema, en in de beginjaren van het Stamboek Ronde en Platbodemjachten trok hij geregeld met Huitema het land in om oude schepen op te meten en vast te leggen. Onbetaald werk, voor schepen die anders vergeten zouden worden. Het Stamboek noemt die tekeningen nog altijd van onschatbare waarde.
In het jaar dat hij zijn kantoor aan de Prins Hendrikkade opende, kocht hij via de telefoon ook een bootje voor zichzelf: De Pinas, een houten Staverse vissersjol uit 1904 die gewoon op zee had gewerkt. Qua vorm lijkt het scheepje zelfs een beetje op de Skoit. Vijftig jaar lang, tot aan zijn dood in 2011, zocht hij uit waar ze vandaan kwam; in de haven van Hindeloopen, dezelfde haven waar ik later de Skoit ontdekte, trof hij ooit een oude visserman die haar in één oogopslag herkende als het werk van haar bouwer.

Lunstroo had altijd bewondering gehad voor de oude scheepsbouwers, die een schip op oog en ervaring in elkaar timmerden. De man die leefde van tekeningen bewonderde het meest de bouwers die er geen nodig hadden.
De albatros Jonathan is stevig en zwaar gebouwd: geen snel jacht waar je wedstrijden mee wint, maar verrassend fijn zeilend, ook bij weinig wind. De romp heeft een natuurlijke maximumsnelheid van rond de zeven knopen; rustig zeilen ligt meestal rond de vijf à zes.
Bijna de helft van haar gewicht zit als ballast helemaal onderin. Dat maakt haar stijf en moeilijk te kapseizen: bij dertig graden slagzij liggen de zijdekken nog maar net nat en zelfs op haar kant trekt ze zichzelf met kracht weer overeind. Bij toenemende wind wordt stapsgewijs gereefd, zodat ze prettig blijft liggen in plaats van steeds schever te gaan hangen.
Hoe dat reven in zijn werk gaat, tekende Lunstroo er zelf bij: op tekening 33, verderop bij de originele tekeningen, zette hij de zeilstanden op een rij, van vol tuig bij een zuchtje wind tot een enkel zeil bij storm. Voor elke windkracht een eigen combinatie, zodat de Skoit altijd in balans blijft.
Een stalen schip is zwaar en vraagt veel zeil. Lunstroo zocht dat oppervlak niet in de hoogte maar in de lengte: twee masten, gaffels, een kluiverboom. Alle zeilen blijven zo klein genoeg om met de hand te bedienen. De stengen zijn er later, in de jaren negentig, op gezet.
Het zeilplan van de Jonathan zelf, met stengen. Het vaste tuig telt zeven zeilen; met de halfwinder erbij, voor de lichte wind, acht.
Hoe dat tuig zich bewijst, bleek meteen bij haar eerste proefvaart in 1981, op het Sneekermeer. Er stond die dag meer wind dan iemand aan boord besefte; pas achteraf, via de metingen van het vliegveld van Leeuwarden, bleek het windkracht 9 te zijn geweest. Het gloednieuwe middenzwaard wilde bovendien niet helemaal zakken, een kinderziekte die snel werd verholpen. En toch:
We hebben met de eerste Skoit op het Sneekermeer gevaren bij windkracht 9, alleen op stagfok en schoenerzeil, en het schip joeg eroverheen zonder ongemakkelijk of bokkig te worden. Henk Lunstroo, 1981, over dit schip
Het leverde schitterende foto's op en meer dan dat: de eerste koper had haar in Hamburg zien liggen en beloofd haar te kopen als ze goed zeilde. Na deze ene vaart was hij overtuigd.

Storm kon ze dus hebben. Maar licht weer was een ander verhaal: een stalen schip komt bij een zuchtje wind traag op gang, en het originele tuig was aan de krappe kant. Zo heeft ze een aantal jaren gevaren, met de lage masten van de tekening. Toen wilde haar eerste eigenaar meer doek, en hij deed dat op de juiste manier: hij ging terug naar de ontwerper. Voor dit ene schip tekende Lunstroo een nieuw zeilplan, met gaffeltopzeilen op beide masten en een vlieger als derde voorzeil. De masten werden verlengd met aluminium stengen en een zeilmakerij in Bremen naaide de nieuwe zeilen.
Ook aan de nieuwe hoogte is gerekend: met de antennes meegeteld komt de mastkroon op twaalf meter vijftig, bewust zo gekozen dat ze nog onder het vaste deel van de Ketelbrug en de Hollandse Brug door kan.


Het archief van de Jonathan bevat de originele tekeningen en het zeilplan. Lunstroo tekende de kajuit met een achterhut, want, zei hij over varen met kinderen: "Gemak dient de mens."



Van de twaalf gebouwde Skoits varen er nog zes, voor zover bekend. Ze liggen verspreid over het land en een enkele over de grens. Elke Skoit in dat rijtje heeft een eigen verhaal. De Mallemok, die tegenwoordig in Grou ligt, is bouwnummer elf: een van de twee die in 1993 en 1995 in Hongarije werden gebouwd en in 2024 het onderwerp van een groot artikel in het Duitse blad YACHT. En dan is er nog de vloot buiten de reeks: Lunstroo verkocht destijds vier sets tekeningen aan zelfbouwers in België, Denemarken en Duitsland. De bekendste zelfbouw is de Texelse Skoit "Ide Hobbes", die vanaf 1986 natuurexcursies over het wad voer, en waarvan de bouwer de masten op eigen initiatief alvast een meter langer maakte. Kennelijk kwamen meerdere zeilers, onafhankelijk van elkaar, tot dezelfde conclusie als Jonathans eerste eigenaar: dit ontwerp verdient meer doek.
Eén Skoit is er nooit gekomen: al in 1981 werkte Lunstroo aan een grotere versie van elfenhalve meter, die in de jaren negentig nog altijd in zijn brochures opdook. Voor zover bekend is ze op de tekentafel gebleven.
De eigenaren vonden elkaar trouwens al vroeg: in de jaren negentig bestond er een heuse Skoit-Club, toen twee derde van de vloot in het Duitse waddengebied voer. De Facebookgroep van nu is de stille voortzetting van die traditie.








Vaar je zelf een Skoit, of weet je meer over de geschiedenis van de reeks? Ik hoor het graag.
Er is in vijfenveertig jaar verrassend veel over de Skoit geschreven, in Nederland, Duitsland en Engeland. Het meeste reist in origineel of als kopie mee in het scheepsarchief. Een overzicht, voor wie de Skoit zoekt:
Ontbreekt er iets, of heb je zelf een knipsel over een Skoit? Ik hoor het graag.
Alles aan het jacht is doordacht voor een zeilend gezin dat maximaal vakantieplezier wil beleven. Zeilen, oktober 2016


Bronnen: kadasterregistratie en eigendomsdossier; verkoopbrochure 2023; HISWA-conditiekeuring 2020; Zeilen, oktober 2016. Volledige bronvermelding in het scheepsarchief.