Van matroos tot schipper · 1981 tot nu
Geluk schijnt in vrije tijd te bestaan.Aristoteles
Toen ik een jaar of achttien was, werkte ik in een tussenjaar op de Kiekendief, een historische tweemaster die met gasten op de Nederlandse grote wateren voer. Als zoekende en een beetje verloren tiener nam de eigenaar me onder zijn hoede en leerde me zeilen, de fijne kneepjes van botenonderhoud en vooral de liefde voor het leven op het water.


Het schip was te charteren voor bedrijven en scholen en het hele jaar maakten we dag- en meerdaagse tochten op het IJsselmeer en de Wadden. Ik leefde in het vooronder en trok overdag met de gasten op, trekkend aan lijnen en sjorrend aan lieren. 's Avonds lekker eten, sterke verhalen en vanaf het dek de sterren zien schijnen. Als jonge matroos had ik de tijd van mijn leven.
Hoe het eindigde is een mooi en sterk verhaal voor aan boord, maar ik kan in ieder geval zeggen dat die hele ervaring mijn droom voor een eigen schip in vuur en vlam zette.
Jarenlang droomde ik hoe mijn ideale schip eruit moest zien. Het moest groot genoeg zijn om op te wonen, met een hefkiel, zodat je droog kunt liggen op het wad en voor anker kunt op ondiepe plekken en eigenlijk overal kunt komen. En het schip moest natuurlijk ook mooi zijn en karakter hebben. Over smaak valt te twisten, maar toen ik dit type ontdekte, terwijl ik met mijn toen nog bescheiden eenmaster Meeuw de haven van Hindeloopen aandeed en toevallig langszij kwam te liggen naast een Skoit, was ik op slag verliefd.
Ze was van een stel met twee kinderen en een hond, die net terugkwamen van een trektocht over de Wadden. Ze hadden de nacht ervoor zware wind gehad, de fok was gescheurd en de dag erop gingen ze weer verder. Ondanks die wind had de boot zich goed gehouden, ook al rolden de kinderen door de kajuit. We dronken een biertje in de kuip, en terwijl de jongste tot ergernis van mama vanaf de boeg in het water probeerde te plassen maar toch vooral het dek bemorste, werden we door vader rondgeleid over het schip.
De dagen erna liet het schip me niet los.
Toen ik het type opzocht op internet, zag ik tot mijn verrassing dat een ander schip, maar van hetzelfde type, de Jonathan, te koop stond bij scheepsmakelaar Goliath. Direct na onze vakantie ben ik afgereisd naar Sneek en na een grondige scheepskeuring en een proefvaart werd ik eigenaar van een van de meest unieke schepen van de Nederlandse pleziervloot.


Toen ik de Jonathan aankocht, kreeg ik er gratis een archief bij. Niet alleen foto's van de bouw, ook bouwtekeningen, brieven van en aan de ontwerper en heel veel correspondentie van de werf met haar klanten en de bouwers.
Zo ontdekte ik dat het schip was gebouwd in Stroobos. Op een steenworp afstand van het dorp waar ik ben opgegroeid. In Buitenpost heb ik mijn kindertijd vooral buiten doorgebracht. Polsstokken over slootjes, op avontuur naar de wereld achter de horizon. Het was in die uitgestrekte groene vlakte waar altijd een tientallen meters hoge kubus aan de horizon te zien was. Een vast oriëntatiepunt in de eindeloze velden. De scheepswerf van Stroobos.
Een paar jaar voor ik geboren werd, werd hier de eerste Skoit gebouwd. Op de werf van Van der Weide werd in 1981 de romp uit de plaat gezet. De allereerste Skoit met bouwnummer SK101. Een ontwerp van scheepsarchitect Henk Lunstroo. Iemand waarover je meer kan lezen op Het schip.

Ik was tot over m'n oren verliefd op het schip, al moest ik erg wennen aan de naam. Jonathan voelde toch een beetje ongemakkelijk. Het is natuurlijk ook een vreemde naam. Hoewel ik mezelf best als ruimdenkend mag beschouwen, en op mannenliefde niets tegen heb, een boot is wat mij betreft per definitie vrouwelijk. In de eerste plaats is dat een nautische traditie, in de tweede plaats een zaak van persoonlijke voorkeur. Een schip vertrouw je leven toe, soms midden op een woeste zee. Het is meer dan een vaartuig van staal en hout, het is een metgezel die je draagt en waar je evengoed met liefde voor dient te zorgen. Al snel kwam een andere naam; de Albatros.
Omdat mijn vorige scheepje de Meeuw heette en de Skoit in alles de meeuw oversteeg moest dit wel de Albatros zijn. Wat zijn dat machtige vogels. Zij heeft de grootste spanwijdte van alle vogels, tot wel vier meter. Het solitaire dier, vertoeft maandenlang achtereen op zee. Maximaal de kracht van de wind te benutten door haar vleugels op slot te zetten waardoor ze zonder moeite urenlang op alleen de kracht van de wind over de zuidelijke oceanen zweeft. Maar wie kan de koninklijke vogel beter beschrijven dan zeedichter en poëet Slauerhoff:
De wereld moe, voor vreugd te oud geworden,
Liet ik mij op de Westenwinddrift drijven
Van al wat op de aarde bloeide en dorde,
Alleen de golven eeuwge bloesems blijven.
Ten Zuiden van de Hoop- en Stormkaap
Hindert geen kust, geen klip mijn stille vaart,
Waar de albatros ook op zijn wieken slaapt,
Boven den storm, door sterren aangestaard.
De wolkenhorden, langgerekte baren
Omgorden een heelal, ledig en grauw.
De onzichtbre wind, de diepten openbaren
Mij meer geheimen dan de diepste vrouw.
De Albatros, de koning van de wind, is het ultieme voorbeeld voor de zeiler. De moeiteloosheid in het bedwingen en meezeilen op de wind, langs hoogopspattend schuim en kronkelende kolken. De naam Jonathan ontbeert die romantiek volledig.
Helaas kan je niet zomaar de naam van je schip veranderen, want daar zou je een zeker onheil mee over je af kunnen roepen. Al eerder was de naam verwijderd en vervangen met Artemis, en later weer terug Jonathan genoemd. In de nautische wereld is de naam veranderen de ziel uit je schip blazen. Volgens een eeuwenoude maritieme traditie is de naam van een schip opgenomen in het "Boek van de Zee" (soms toegeschreven aan de Griekse zeegod Poseidon of de Romeinse Neptunus). Verander je de naam zonder ritueel, dan zou je de goden beledigen en ongeluk over jezelf afroepen. Wie weet of dat ritueel goed is uitgevoerd?
Hierdoor had ik enige reserves om zomaar de naam van de boeg te krabben en het schip tot de Albatros te dopen.
Na enige tijd dralen vond ik een boekje in de kajuit dat de naam mij een nieuwe betekenis gaf, het boekje heette: Jonathan Livingston Seagull. Een verhaal over vrijheid, meesterschap en het zoeken naar een eigen weg. De meeuw ontdekt dat hij kan vliegen, niet alleen om een beetje voedsel te scharrelen langs de kustlijn, maar ontdekt het vliegen als een kunstvorm. Als een manier om zichzelf tot uitdrukking te brengen.
Het boek gaat over een meeuw die, terwijl de rest van zijn kolonie alleen leert vliegen om aan voedsel te komen, in zijn eentje blijft oefenen: duiken, draaien, steeds sneller en preciezer, tot ver boven de horizon. Zijn kolonie verstoot hem voor zijn eigenzinnigheid. Hij oefent toch door, tot hij grenzen bereikt die voor een meeuw onmogelijk leken. De Jonathan ontdekt dat hij vrijheid heeft om zichzelf te zijn, zich niet moet laten weerhouden door zijn gedachten of wat hij denkt te zien of zelfs het oordeel van anderen. "You have the freedom to be yourself, your true self, here and now." Uiteindelijk keert de meeuw terug naar zijn kolonie en probeert zijn oude vrienden de kunst van het vliegen te leren en te delen wat hij heeft ontdekt.
Het verhaal inspireert me om de kunst van het zeilen steeds verder te beheersen. Met als grootste uitdaging de albatros Jonathan ooit onder alle zeven zeilen solo over het IJsselmeer te laten vliegen. Solo.
Inmiddels voelt een andere naam ondenkbaar. Ik hoop maar dat Poseidon een schip met twee namen door de vingers ziet.
He was not bone and feather but a perfect idea of freedom and flight, limited by nothing at all.Richard Bach, Jonathan Livingston Seagull